Over de kerk

Bekend is de Grote Kerk om twee bijzondere stukken: het 18de-eeuwse praalgraf van François van Bredehoff (1648-1721) gemaakt door de Antwerpse beeldhouwer Jan Pieter van Baurscheidt sr. en  het orgel met pijpwerk en kas uit de 15e eeuw. Met zijn middentoonstemming en weerbarstige klank behoort dit instrument tot een van de meest bijzondere orgels in Nederland.

Het koor en het zuidelijke transept, het marmeren grafmonument en het orgel zijn begin 2000 gerestaureerd.

In 1982 is dit kerkgebouw, samen met de kerken in Beets, Kwadijk en Oudendijk, door de Hervormde Gemeente overgedragen aan de Stichting Oude Hollandse Kerken.

ONTSTAAN

Lang voor de bouw van deze kerk zou op dezelfde plaats reeds een kerk gestaan hebben. De beslissing tot het vernieuwen van de kerk moet genomen zijn door Maria van Sevenbergen. Zij trad in 1476 in de rechten van de in dat jaar overleden ambachtsheer Joost van Strijen. Het koor en het transept kwamen gereed in het jaar 1511, het schip in 1518.
Rond 1575 kwam de van oorsprong rooms-katholieke (St. Nicolaas?) kerk in gereformeerde handen. Van een beeldenstorm in Oosthuizen is niets bekend, maar de inrichting van het interieur werd wel belangrijk gewijzigd. Zo werd het koor met een muur afgesloten van het schip, het altaar verwijderd, de beide kapellen ontmanteld en het orgel buiten dienst gesteld.

PLATTEGROND

De vorm van de kerk is die van een kruiskerk zonder zijbeuken. Deze plattegrond is karakteristiek voor de gotiek van de kustprovincies, met name van Noord-Holland. De behoefte aan een kerk met meerdere altaren en het gebrek aan middelen om een meerbeukige kerk te bouwen, heeft dit type waarschijnlijk doen ontstaan.

IMG_6537_1.JPG
zonnewijzer14_07_16.10uur.jpg
20210912_161007_1.jpg
20180603_162729_1.jpg

EXTERIEUR

De kerk is een bakstenen gebouw met zware, eensversneden steunberen. Het is een laat-gotische, éénbeukige kerk. Koor, dwarspanden en schip hebben ongeveer dezelfde lengte. Het gebouw is getooid met een open, achtkantig torentje met peervormige bekroning. De klok daarin werd in 1511 door Gerhardus van Wou gegoten. Het kruisingstorentje, een z.g. dakruiter, gaat door voor het oudste exemplaar in ons land. Opvallend aan de westgevel is de zonnewijzer. Volgens de Zonnewijzerkring is dit de sierlijkste en meest aparte zonnewijzer van alle kerken in Nederland. De vermoedelijke maker is Jacob Oostwout (1714-1784). Het hele jaar door is op de horizonlijn te zien hoe laat de zon ondergaat in Oosthuizen. De tekst: Fugit Hora betekent: "de tijd vliedt heen". Bijzonder is de plaatsing van een zonnewijzer aan de westzijde. De westgevel was oorspronkelijk voorzien van een hoogopgaande monumentale vensternis, geflankeerd door kleine spitsboognissen. Deze indeling is aan de binnenzijde nog te zien. In de 17de of 18de eeuw is de gevel echter glad beklampt.